De ontwikkeling

Veiligheid / Vertrouwen
Veiligheid Als de omgeving waarin je verkeert onveilig is, ga je dood.
Elk organisme weet instinctmatig wat het nodig heeft om te overleven en verkrampt als het bedreigd wordt. De spanning die daarbij ontstaat noemen we angst. Angst is basaal, maar als baby leer je dat die bedreiging weggenomen wordt als je voeding, verschoning of troost krijgt. Dan kun je je weer ontspannen en het vertrouwen dat je het allemaal wel overleeft kan groeien. Je zelfvertrouwen ontwikkelt zich, je krijgt het gevoel dat je er mag zijn.

Als de noodzakelijke verzorging voortdurend achterwege blijft of als je als kind te maken krijgt met schadelijke ingrepen, zoals geweld of een ziekenhuisopname, dan veroorzaakt dat een basaal gevoel dat het leven niet veilig is.
Instinctmatig is de keuze tegen angst vechten of vluchten. Als baby ben je echter niet in staat om de instinctmatige handelingen uit te voeren en deze overlevingskracht zal bevriezen. Die bevroren woede kan later leiden tot explosieve kwaadheid naar anderen of zich op jezelf richten in de vorm van het gevoel niks waard te zijn.

Geboorte is heftig en noodzakelijk. Zonder geboorte kunnen we niet in dit leven komen.
Ergens in je lijf zit de herinnering aan het geboortekanaal, de tunnel waardoor je ter wereld kwam. Diezelfde tunnel beschrijven mensen met een bijna-doodervaring, wat logisch is: geboorte is bijna sterven.
Mensen die met een keizersnee ter wereld komen kennen die ervaring niet en zijn vaak, zeker in hun kinderjaren, grenzeloos. Ze hebben de grens en de strijd nog niet ontmoet.

Er kan veel mis gaan tijdens de zwangerschap (alcohol, nicotine, geweld, enz) en na de geboorte (geen voeding, verkeerde voeding, ziekenhuis, te koud of te warm). Deze factoren zorgen voor een blijvend gemis aan veiligheid. Niet altijd even duidelijk voelbaar, maar wel ergens aanwezig.

Als je moeder aldoor te laat komt, of niet tijdig je luier verschoont, dan raakt je basisvertrouwen geschonden. Je hebt een moeder nodig, want zelf kan je niks. In deze periode leer je dat je beter maar wel kunt vertrouwen. Dat is geen gevoel maar een keuze, je moet immers wel. Als je groter wordt kun je niet meer van je eigen gevoel op aan dat iemand te vertrouwen is, want jouw gevoel klopt niet. Je vertrouwde je moeder maar die kwam niet. Daardoor zul je ook later besluiten om iemand te vertrouwen ipv dat je het zo voelt.

Intimiteit / Hechting
Intimiteit Borstvoeding voldoet aan de ultieme behoefte van veiligheid, voedsel en warmte. Het vertrouwen en het verlangen worden bevredigd in de verbinding met de moeder. Die voldoening leidt tot een onafhankelijk gevoel van welzijn. De verbinding geeft een blijvend gevoel dat je je kunt en durft te hechten aan een ander. Je leert ervan te genieten dat je er bent en kunt liefhebben met je hart.
Als er niet aan deze basale behoefte wordt voldaan ontstaat het gevoel dat je er niet mag zijn, of je blijft je leven lang zoeken naar iemand die die behoefte voor je kan vervullen.

Een baby die de ouder vraagt om warmte en liefde en dit niet krijgt voelt zich afgewezen. Het wordt koud van binnen en die pijn blijft ergens in jezelf opgeborgen. Je leert dat je beter niet kunt vragen en verlangen, want dan herhaalt zich de pijn van de afwijzing. Op die manier haal je geen "voeding" meer uit je omgeving (emotionele ondervoeding of verwaarlozing). Ook later verbind je je niet, en gaat door met alles zelf te kunnen. Of je levert je juist over aan de ander om maar iets van warmte en liefde te ontvangen. Je past je aan en doet alles om maar iets van het gemiste te kunnen ervaren.
Als je iemand liefhebt staat je hart open. Maar als je hart openstaat ben je kwetsbaar en die kwetsbaarheid roept de oude angsten weer op.

Je intimiteit kan geschaad worden door seksueel gedrag van volwassenen. Iemand omschreef het ooit als 'seksuele lekkage'. Daarmee wordt bijvoorbeeld bedoeld dat de moeder zich seksueel geprikkeld voelt als ze haar zoon de borst geeft of met zijn piemeltje speelt in bad, of als een vader seksueel opgewonden raakt van de lijfelijkheid van zijn dochtertje.
Aan de andere kant van dit seksueel afglijden staat incest: beschadiging van je lijfelijke integriteit als kind. Je wordt bedrogen in je kwetsbaarheid.
Je kunt twee kanten op: nooit meer kwetsbaar zijn (verharden, zelf dader worden) of je volledig overgeven aan diegene die jij gekozen hebt te vertrouwen (je partner, je therapeut).

Autonomie / Wilskracht
Autonomie Als je negen maanden oud bent begin je te kruipen en vervolgens te lopen. Het zijn je eerste stappen op weg naar zelfstandigheid. Je hoeft niet meer te wachten op de ander, maar kunt het nu zelf.
Een van de eerste woordjes die je zegt is NEE. Je hebt ontdekt dat je zelf iets kunt willen en vooral niet willen. De ontwikkeling van je wilskracht gaat gelijk op met het ontmoeten van grenzen: wat mag je niet-willen en wat wil de ander van jou? Je leert keuzes maken. Je levenskracht wil er uit en tot uiting komen.

Als je je niet mag uiten word je boos en als je voortdurend afgeremd wordt word je verdrietig. Als je wilskracht voortdurend niet gehonoreerd wordt ga je je aanpassen en wat jij wilt blijft een verre droom. Je ontwikkelt overlevingsstrategieën en neemt onbewust besluiten over hoe je je het beste kunt gedragen.
 •  het geclaimde kind: eigendom van de ouders, ouders overbezorgd, grensoverschrijdend gedrag.
 •  het gebruikte kind: aan de ambities van de ouders voldoen, vernedering, perfectionisme.
 •  het onderworpen kind: machtstrijd, dwang en agressie, je wilskracht gebroken.
Het ontdekken wie je bent en wat je wilt geeft opluchting en ruimte. Je kent je grenzen zonder die voortdurend te hoeven bewaken.

Een jong kind voert altijd een machtsstrijd met zijn ouders. Van belang is hoe de ouders zich in die strijd opstellen. Zijn ze dwingend, gewelddadig of ondersteunend liefdevol? De vorm waarin die strijd wordt gevoerd zie je later terug in de ziektebeelden van die persoon. Strijd om eten kan leiden tot eetstoornissen, strijd om zindelijkheid tot darm- en blaasklachten enz.

Je zou gaan denken dat geen enkel kind normaal volwassen wordt en ik denk dat dat ook zo is. Maar je hebt veel meegekregen om te overleven.De kunst is om te ontdekken wat jouw sterke kanten zijn? Vanuit die sterkte kun je het geschade herstellen! Soms blijven er littekens, maar je hoeft niet meer in de herhaling van het oude zeer te vervallen.

Ik en de Ander / Identiteit
Identiteit Hoe stevig is je gevoel van "Ik ben" als je naar school gaat? Welke strategieën heb je ontwikkeld en zijn bruikbaar om je plaats te bepalen? Welke rol speel je in de groep? Ben je onzichtbaar, sluit je een bondje, neem je de leiding? Of kies je voor meelopen, zielig zijn, behagen, presteren?

Er is onderscheid in je innerlijke en uiterlijke identiteit.
Je kunt van buiten stoer zijn, maar je van binnen machteloos en onzeker voelen.
Je kunt aangepast gedrag vertonen, maar ondertussen verdrietig en angstig zijn.
Als je agressief bent kun je je van binnen heel verdrietig en kwetsbaar voelen.

Een kind dat in een onveilige omgeving met veel agressie opgroeit leert dat alleen haat en geweld getolereerd worden. Je bent heel verdrietig, maar je kunt je alleen op een gewelddadige manier uiten.
Als je ouders grenzeloos gedrag vertoonden heeft dat je als kind angstig gemaakt. Omdat er geen structuur en regelmatig was koos je ervoor om voor je ouders te gaan zorgen, zodat er nog enigszins controle was op het geheel. Later blijf je zorgen voor iedereen, omdat je bang bent dat anders weer het grenzeloze gedrag verschijnt dat je zo goed van je ouders kent en waar je bang voor bent.

Door je "oude angsten" te leren kennen kun je ze herkennen en hoef je je overlevingsstrategie niet meer in te zetten.
Je kunt kiezen wat jij wilt. Het harnas van je uiterlijke identiteit is niet meer nodig.

Seksualiteit
Seksualiteit Kinderen zijn al op jonge leeftijd bezig met het sekseverschil. De een heeft een piemeltje, de ander een gaatje. Maar pas in de puberteit, onder invloed van opkomende hormonen, begint de seksualiteit zich te ontwikkelen. De intimiteit die je in een vroegere fase ervaren hebt krijgt nu de vorm van seksualiteit. Het is belangrijk dat je je veilig voelt, dat je je durft te verbinden en je autonomie kunt bewaren. Je mag nee zeggen als het niet goed voelt.

Seksualiteit is onder te verdelen in drie niveaus:
  1. De seksuele energie als levensenergie die vanaf de conceptie door iedereen heen stroomt en in meer of mindere mate geblokkeerd kan zijn. Deze energie is fysiek voelbaar en heeft te maken met genieten, gelukzaligheid, vrijheid.
  2. De seksuele energie verbonden met het man of vrouw zijn, waarin de polariteit en seksuele aantrekkingskracht ervaren wordt. Het stromen wordt bepaald door het volledig man of vrouw durven zijn en die polariteit durven toelaten.
  3. De seksuele energie rond de geslachtsdaad met een ander en de verbinding met intimiteit. Deze energie is gericht op ontlading en kan geblokkeerd raken door angsten, verwachtingen, ideeën en onrust.
De eerste vorm is van jezelf en kun je beleven zonder een ander nodig te hebben. Je kunt bijvoorbeeld ook honger hebben en lekker eten zonder een ander. Het is een van je behoeftes, maar duidelijk gekoppeld aan genieten.
De tweede gaat gelijk op met je geestelijke ontwikkeling: je heelwordingsproces en de kunst de tegenstelling tussen het mannelijke (vorm, ratio, daadkracht) en het vrouwelijke (stromen, gevoel, ontvangen) in jezelf te integreren.
De derde is niet voor niets verbonden met intimiteit. Als baby heb je de ervaring van intimiteit en verbondenheid met je moeder, het haast symbiotische een-zijn. Dat verlangen vertaalt zich in de volwassenheid in de seksuele daad, maar is en blijft gekoppeld aan die vroegere ervaring. Daar ligt de link met het kwetsbare kind dat het niet verdraagt om te moeten delen met een ander. Die gevoelens zijn er in de kindtijd, en die verdwijnen nooit.

Seksuele gevoelens zijn de vitaliteit van de levensvreugde. Genieten betekent dat elke ademhaling een genot kan zijn. Genieten is een ervaring die voortkomt uit het leven zelf, onafhankelijk van een ander.

Vrijheid
Vrijheid Om vrijheid te kunnen ervaren moet je je bevrijden van alle negatieve boodschappen, angsten en belemmeringen uit je verleden en ontdekken wie jij bent.
Innerlijke vrijheid is verbonden met mens, kosmos, God, de transpersoonlijke werkelijkheid.
In je zoektocht naar vrijheid heel je het geschade in jezelf en groei je in je onontwikkelde delen:
 •  de kritische innerlijke ouder kan de voedende ouder worden.
 •  de getemde, gekwetste volwassene wordt de vrije volwassene.
 •  het beschadigde kind mag nu het speelse, creatieve, krachtige kind zijn.
Het gekwetste kind mag ruimte hebben, mag getroost worden, maar wordt ook begrensd in het verdriet. De kritische ouder heeft lang genoeg gezeikt en mag het woord niet meer voeren.

De vraag is wat jij wilt als volwassene? Wat heb je nodig en hoe organiseer je dat?
Het is een proces van bewustwording, je eigen angsten zien, de pijn voelen, afronden van de pijn uit het verleden, het helen van de verwondingen, loslaten van de negatieve boodschappen en versterken van de kwaliteiten, vermogens en levenskracht. Je leert je leven vorm geven op basis van vertrouwen in jezelf, verbondenheid met jezelf, je eigen wil en de kunst van het genieten.